
Pandhuiswet 1910
Artikel 2
1
In elke gemeente, waarin aan een gemeentelijke bank van leening genoegzame behoefte bestaat, wordt zoodanige bank opgericht.
2
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd, burgemeester en wethouders gehoord, om zoo zij oordeelen, dat een gemeente nalatig is in het nakomen van de in het vorige lid bedoelde verplichting, de oprichting te bevelen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.